Posted on 21-06-2008
Filed Under (Besprekingen, Publicaties) by admin

The Fire From Within

The Fire From Within is een collectie van essays die Magister Nemo schreef door de jaren heen, en die reeds in verschillende satanische tijdschriften gepubliceerd werden. En zoals de titel reeds suggereert, is dit slechts de eerste bundeling van dergelijke essays.

Persoonlijk keek ik zeer uit naar dit boek, omdat de meeste van deze essays dateren uit de tijd van voor ik lid was van de Church of Satan. En ook omdat ik schrijfsels van Nemo reeds kende en apprecieerde van voor ik wist dat hij lid was van de Church of Satan. Toen ik hoorde dat hij lid was, verbaasde het me tegelijk niets dat hij de graad van Magister bleek te hebben.

De Church of Satan is bedoeld als een “mutual admiration society”, en ik heb voor Magister Nemo inderdaad een zekere bewondering. Zelden heb ik een man ontmoet die intelligentie, humor en charme op zo’n natuurlijk wijze weet te combineren. Ik voel me vereerd om door hem “vriend” genoemd te worden, en het is altijd een bijzonder aangenaam weerzien wanneer we elkaar ontmoeten.

Magister Nemo is een man met een geest als een laser: hij weet altijd snel en heel precies de kern van de zaak te vinden, en kan die feilloos verlichten zodat anderen haar ook weten te vinden. Het is ook een man met de ingesteldheid van een ingenieur, eerder dan een wetenschapper. Een wetenschapper zoekt naar kennis omtrent hoe of waarom iets werkt zoals het werkt, terwijl een ingenieur al snel zal uitzoeken wat hij er dan mee kan doen. En over onderwerpen als zelfverdediging of magie, leren velen snel dat het verstandig is te luisteren wanneer Magister Nemo spreekt; hij weet er namelijk één en ander over. Het mag dan ook niet verbazen dat hij momenteel, onder andere, aan een boek over magie werkt, dat volgens mijn laatste informatie reeds een dikke turf aan het worden is.

Maar voorlopig is enkel TFFW Volume I gepubliceerd. Het niet zo lijvige boek (exact 100 pagina’s) opent met een voorwoord (”Stoking the Furnace”) door Hogepriester Peter H. Gilmore, aan wie het boek ook opgedragen werd.

Nemo’s essays zelf gaan van zeer ernstig tot zeer humoristisch, en soms ook een mengeling van beide. Hoewel ze geen van alle echt recent te noemen zijn, werden ze niet gemoderniseerd. Steeds staat er wel de datum van publicatie bij, en op vele plaatsen werd onder het essay ook commentaar toegevoegd speciaal voor de bundeling.

Of het nu gaat over het herkennen van pseudosatanisme, hoe wicca-aanhangers in wezen eigenlijk christenen zijn, de waarheid omtrent zelfverdediging, het kiezen van een nuttig vuurwapen (minder relevant in deze contreien, waar het publiek dragen van een vuurwapen in veruit de meeste gevallen illegaal is), hoe te genieten van een goed glas bier, de waarde van het woord “SHEMHAMFORASH”, het vergelijken van satanisme en objectivisme, of de zin van het leven, Nemo gaat recht naar de kern van het gegeven, zonder al teveel omhaal. Zelfs het intussen beruchte essay “Bitches” (oorspronkelijk gepubliceerd in 1994) is in “The Fire From Within” terug te vinden.

Naast humoristische opmerkingen in zijn ernstigere schrijfsels, zijn er ook stukjes geschreven puur voor de humor en het entertainment. Een variant op een kerstliedje, bijvoorbeeld, of mijn persoonlijke favoriet: “A Piece of the Action” - een ritueel in mafia-stijl, dat perfect Nemo’s stijl samenvat. Het is geschreven met kennis van de geschiedenis en praktijken van de Cosa Nostra, volgens de regels van een satanisch ritueel, als een parodie op rituelen, maar zonder twijfel ook effectief indien uitgevoerd. Hogepriester Peter Gilmore stipt in zijn voorwoord even de omstandigheden aan waarin “A Piece of the Action” ontstond, en ik heb het genoegen gekend zowel uit zijn mond als uit die van Magister Nemo nog enkele anecdotes daarrond te mogen horen. Schitterend, vooral als je iets over de mafia weet, en zeer satanisch. Zoals Dr. LaVey terecht stelde: een magiër zonder gevoel voor humor bestaat niet. Magister Nemo is een van de meest succesvolle magiërs die ik ken, en tevens een groot humorist.

Het enige minpunt aan dit boek is dat het te dun is naar mijn smaak. Maar dat wordt gelukkig gebalanceerd door de wetenschap dat verdere volumes in de maak zijn. Volumes die, zonder twijfel, net als dit hun plaats zullen krijgen in de “om te lezen en herlezen” categorie van de satanische literatuur.

SHEMHAMFORASH!

(0) Comments    Read More   
Posted on 21-03-2008
Filed Under (Besprekingen) by admin

Black House Tribute

Black House Tribute Records werd opgericht door twee Warlocks van de Church of Satan. Hun eerste CD was, heel toepasselijk, een verzamelwerk van muziek door CoS artiesten, en kreeg de naam The Black House - A Tribute To Anton LaVey.

De opening is een zeer toepasselijke korte lezing door Hogepriester Peter Gilmore, getiteld “What is good?“, waarna “Death Rune” inzet, een destructieritueel door Magisters Robert Lang en James D. Sass. Wie dit blog volgt las al eerder over de vloek die uitgeroepen werd over “The bastard prophet of Islam“. Wel, op de Black House CD kan je Magister Lang horen die zijn glas heft op de vernietiging van alle fanatici, de slaven van spirituele mythes, zij die vrijwillig het juk opnemen van de impotente Nazarener en de bastaardprofeet van de Islam.

In deze sfeer gaat de CD verder met Warlock Delashay’s “Battle Hymn of the Apocalypse“. Dit strijdlied werd geschreven door Dr. LaVey, en is ook te horen (met tekst) op de Satanic Mass cd. De bewerking van Delashay is symfonischer, en, naar mijn gevoel ook iets braver. Magister Paradise regisseerde in 2005 hiervoor trouwens een videoclip:

Vervolgens komt een akoestisch en gevoeliger gitaarnummer door Sonny Bellevance, “Dr. LaVey’s Waltz“. Sonny’s CD “The Devil’s Guitar” zal binnenkort trouwens verschijnen, ook een productie van Black House Tribute Records.

Devil’s Guitar

Volgend op de lijst is Vern, met een meer gothic getint nummer, waarna de punkgroep van Warlock Bloodfire, The Quintessentials het nummer brengt dat ik ook al eerder op dit blog postte: “The Black Pope“.

Hierna volgt voor mij een hoogtepunt met “All Hail” door HellOfAllHells. Opzwepende heavy metal die me terugbrengt naar mijn tienerjaren(waar is de tijd?). “Witches dancing, necromancing, priests are chanting, all hail Satan// Warlock trancing, Witch enchanting, Horns are rising, all hail Satan“.

Na een korte onderbreking door Reverend Harris, met een stukje uit zijn radioshow Satanism Today, is het tijd voor een streepje industrial met Biomechanik, en opnieuw rock met Emage Diakon.

Als voorlaatste nummer verschijnt Sonny Bellavance terug ten tonele, waarna de CD passend afgesloten wordt door Warlock Chris Menta, een van de oprichters van Black House Tribute Records. “The 13 Steps Ritual” is een nummer dat hij in afwezigheid schreef ter ere van de Satanische Hoogmis in L.A. op 06 juli 2006.

Hoewel niet alle nummers op deze CD onder mijn persoonlijke smaak vallen, of toch niet meer (industrial ben ik nogal ontgroeid, vrees ik), kan ik niet zeggen dat er echt slechte muziek opstaat. Een gevoel voor ritueel is (onder andere) iets wat ik zeker met Warlock Menta deel, en ik apprecieer dan ook zeker de gekozen nummers en de volgorde ervan. De toon wordt snel gezet door de Hogepriester, waarna meteen een opname van een ritueel volgt, op unieke muziek gezet. Ook de afsluiter is weer ritueel van aard. Het middenstuk is een viering van de zinnen, het individualisme, en de veelzijdigheid die satanisten kennen. Met voor mij, als mid-CD hoogtepunt, “All Hail”. Bij deze dus:

Hail The Black House!

Hail Satan!

(0) Comments    Read More   
Posted on 30-01-2008
Filed Under (Besprekingen, Publicaties) by admin

Op de valreep van 2007, een jaar vol satanische publicaties, verscheen Essays in Satanism, een verzameling originele en eerder gepubliceerde essays van Magister James D. Sass, online ook bekend onder de naam Svengali.

Essays in Satanism

Svengali is een man die geen academische achtergrond heeft, maar over heel wat onderwerpen zeker op academisch niveau kan praten. Ik durf te wedden dat hij in onderwerpen als filosofie en toegepaste psychologie best wel wat academici kan overtroeven; en ik heb het hem ook al zien doen, online. Sass staat met beide voeten op de grond, heeft heel wat straatwijsheid, en bezit een passie voor boeken en kennis waarin hij in weinigen zijn gelijke kent.

Enkele van zijn essays en anecdotes zijn me bijgebleven sinds ze voor het eerst neergeschreven werden. Mr. Sass is de man bij wiens collectie boeken de mijne verbleekt. Ik heb net als hem de ervaring van andere voorwerpen achter te laten bij een verhuis om plaats te maken voor boeken, maar Svengali is de man die bij één van zijn verhuizen stopte met tellen na 460 dozen vol boeken… Het is ook de man die me een ongeveer een jaar geleden een betere manier bijbracht om boeken te lezen, iets waarvoor ik, naar mijn gevoel, nog steeds in de schuld sta bij hem.

Maar heeft hij ze ook allemaal gelezen, die honderden en honderden boeken? Wellicht niet, maar duidelijk wel veel - en niet alleen weet hij zeer goed hoe een boek begrijpend te lezen, hij weet er ook veel van te onthouden. Geheugentraining is immers ook een stokpaardje van hem.

Essays in Satanism is grotendeels een verzameling van wat Magister Sass reeds on-line of in satanische tijdschriften publiceerde. Een minpuntje hieraan is dat de teksten niet allemaal aangepast zijn aan het medium “boek”, en dat er hier en daar typfouten en afkortingen staan die typisch op internet gebruik worden. Echter, dat neemt niets weg van de waarde en inhoud van het boek.

De essays werden per onderwerp gegroepeerd. Na het voorwoord door Peter Gilmore en de introductie (waarin Sass een stukje over zijn leven tot nu toe vertelt), opent het boek met een uiteenzetting over Deep Satanism, een geliefd project van Svengali, 63 pagina’s lang. Deep Satanism werd geïnspireerd door de informele studiestroming “Deep Politics”, wat de studie is van de diepere krachten in politieke stromingen dan deze die doorgaans in overweging genomen worden in standaard tekstboeken. Deep Satanism is gebaseerd op de samensmelting van de klassieke rhetorica met satanisme in drie fasen; de harmonieuze integrale, analytische en synthetische studie van het satanisme, zijn bronteksten, en het bereik van de menselijke kennis op een systematische manier. Deze levenslange studie noemt Magister Sass Project Faust, naar de archetypische zwarte magiër van Goethe en Marlowe, die naar verluid zijn ziel verkocht in ruil voor onbeperkte wereldlijke kennis en macht. Eeuwenlang werd het moraliserende verhaal van Faust gebruikt om mensen ervan te weerhouden hun beperkte vaardigheden te overstijgen, uit angst dat ze hun Onsterfelijke Ziel zouden inruilen voor wereldlijke genoegens. De satanist gelooft niet in God, de Hemel, de Duivel of de Hel, en stelt waarde in uitmuntendheid en wereldlijke schatten, dus vanuit het satanisch perspectief zou de overeenkomst van Faust gezien kunnen worden als een magische daad om zijn volle potentieel te ontsluiten. Vanuit satanisch perspectief had Faust de beter deal.

Project Faust wordt opgesplitst in twee categorieën: werktuigen en materialen. De werktuigen zijn de klassieke logica en rhetorica. De materialen komen overeen met de Drie Fasen van het satanisme. Deze drie fasen zijn de volgende: Basissatanisme (wat de bronteksten bevat, dus alle boeken van Dr. LaVey, Blanche Barton en Peter Gilmore), Gevorderd Satanisme (de boeken, muziek, films en ander materiaal waar naar gerefereerd wordt in de basisboeken, de bibliografieën die bij die boeken horen, en de boek- en filmlijst op de website van de Church of Satan), en Diep Satanisme (de gedetailleerde studie van bovenstaande, gebruik makend van logica en rhetorica, en de syntopische relatie tot de Grote Boeken en het bereik van de menselijke kennis zoals uiteengezet in de Propaedia en andere coherente schema’s).

Hoewel het essay Deep Satanism slechts een korte uiteenzetten en een introductie tot Project Faust is, een volledig boek hierover volgt later, toont het meteen ook enkele passies van Magister Sass: Kennis, analyse, studie, klassieke vaardigheden. Het is niet echt lichte kost, en ik kijk zeer uit naar het vervolg van dit materiaal.

Na nog twee essays over kennisverwerving en boeken, gaat Essays verder met enkele schrijfsels over de Church of Satan zelf, en vooral enkele misvattingen rond de CoS als zouden er breuken binnen de Church of Satan zijn of dreigen, of als zou er een “reformatie” gebeuren of dreigen te gebeuren. Nonsens, zoals iedereen binnen de CoS weet, maar buitenstaanders fantaseren er graag over en proberen hun fantasieën ook graag aan de man te brengen. Svengali toont aan dat deze personen zich ernstig vergissen.

Iets verder, na een uiteenzetting waarin hij stelt dat dieren beter zijn dan mensen, komt het onderwerp magie aan bod in twee uitstekende essays, waarna het de beurt is aan een onderwerp waarover de Magister graag fulmineert: druggebruik. Vervolgens lezen we enkele pagina’s over de “Satanic Panic” en cultussen waar bloed en moord een plaats hebben, om dan zachtjes over te gaan naar horrorfilms.

Een aantal satanisten hebben een zwak voor horrorfilms, en Magister Svengali slaat spijkers met koppen wanneer hij uitlegt waarom, en waarom niet alle horrorfilms even goed gesmaakt worden. Hij geeft ook een lijst met 200 essentiële horrorfilms, die vernieuwend waren voor het genre, of bij uitstek satanische thema’s raken. Zijn bedoeling was een soort canon van essentiële horrorfilms op te stellen.

Vervolgens komt Sass toch weer terug op een ander geliefd thema: boeken….

Hiermee zijn we nog maar op pagina 190 van de 371 beland. Verdere essays raken aan onderwerpen als kledij (”Satanists in suits”), racisme, waarom hij een afkeer heeft van de Dalai Lama maar houdt van konijntjes, hoe hij te werk gaat wanneer hij een boek leest, en tenslotte de tweede grote hap van het boek: veiligheid en krijgskunsten.

Is het eerst deel van boek toegespitst op kennis en scherpheid van geest, na een interludium van verschillende onderwerpen en persoonlijke dada’s, blijkt het laatste deel gewijd te zijn aan veiligheid en zelfverdediging. Magister Sass groeide op in ruige buurten en leeft ook nu nog (bewust, en hij legt ook uit waarom) in een buurt waar pimps en dealers en crackwhores welig tieren. Zijn scherpe, en zeer misantropische, beeld van de mens komt voort uit directe interactie met de laagste klassen, en zijn interesse in krijgskunsten en praktische zelfverdediging en overlevingstechnieken vond wellicht ook hier zijn oorsprong. Zijn uiteenzettingen hebben in mezelf opnieuw de passie voor praktische krijgskunsten en vechttechnieken wakker gemaakt, hoewel ikzelf nog nooit bij een gevecht betrokken geweest ben. Een beetje voorbereid is beter dan helemaal niet voorbereid, en Svengali toont, middels voorbeelden, aan waarom. Alleen al hierom is Essays in Satanism de moeite waard om te lezen.

De gevarieerdheid aan besproken onderwerpen, en het contrast ertussen, tonen aan hoezeer satanisten erin slagen dingen samen te brengen die volgens de massa vaak niet samen te brengen zijn. Sass stopte met naar school gaan zodra hij kon, leefde en overleefde in ruige buurten, slaagde erin om met zijn passie voor boeken een zeer degelijk inkomen te genereren, bouwde zijn kennis op sinds jonge leeftijd, en zou niet aarzelen de ogen uit te rukken van een lowlife (of zoals ze noemt: scumbags) die hem voor enkele dollars naar het leven zou staan. “Satanisme vereist studie, geen aanbidding” sprak Dr. LaVey, en het is een uitspraak die zeker van toepassing is op Magister Sass. Hij heeft geen schoolse studie gevolgd, maar studeerde heel wat meer dan de doorsnee man-in-de-straat. Een zeer gedreven man, die zich niets aantrekt van de mening van zijn medemens, en zo in heel wat uitzonderlijke situaties belandde en een zeer scherp perspectief ontwikkelde.

Magister Sass is zeker iemand die mijn bewondering verdient, en ik ben zeer blij dat hij besloot dit boek te schrijven. Zoals Magistra Nadramia in het nawoord schrijft, Magister Sass is afgestudeerd aan de School of Hard Knocks. Het is mogelijk dat je alleen door deze school dient te gaan, maar Sass heeft ons een spiekbriefje gegeven - wat zou een satanische professor ons anders toestoppen op de eerste schooldag?

(0) Comments    Read More   
Posted on 23-11-2007
Filed Under (Besprekingen, Publicaties) by admin

Eerder dit jaar bracht ik enige tijd door met Xander, bijgenaamd Count MoriVond, en zijn prachtige vrouw. Het was min of meer hun huwelijksreis, en zeer passend voor hun persoonlijkheid bezochten ze Amsterdam om hun “honeymoon thing” te doen. Zonder al teveel in detail te treden -sommige dingen blijven immers best onbesproken, om de magie te bewaren- kan ik toch een moment uit de herinnering lichten dat me zeker zal bijblijven. Samen in een groezelige kroeg op de walletjes, in de uren na middernacht temidden de bordelen, met een barman die zelf al ruimschoots voldoende gedronken had en zo voor extra entertainment zorgde. Mijnheer de Graaf en zijn Vrouwe dronken het laatste beetje absinth dat in de kroeg te vinden was, en hun manier om de uitbater zover te krijgen dat hij het hen uitschonk zal nog lang een glimlach op de lippen brengen van wie aanwezig was.

Enkele maanden later ontmoette ik de MoriVonds opnieuw, dit keer in veel minder groezelige omstandigheden en dichter bij hen thuis in de VS, en was het eerste boek van de Count net op de wereld losgelaten. Een CoS Magister raadde me het boek aan daags nadat hij het zelf gelezen had, en kort na mijn terugkeer in België vond ik zelf een exemplaar in mijn brievenbus.

The Devil’s Troubadour is een verzameling poëtisch werk geschreven door iemand die duidelijk van de sleazy kant des levens houdt. Xander is zelf een licht anachronistische verschijning, en mengt romantiek, gothiek, en modernisme in zijn kledij en uitstraling. Donkere Renaissance, decadentie en erotiek zijn het handelsmerk van zijn gedichten - soms met stijl, soms hypnotisch, soms blasfemisch en confronterend, maar steeds boeiend en af en toe inspirerend.

Tussen de gedichten staan ook poëtische commentaren en inleidingen op de verschillende boekdelen, die vaak zelf al pareltjes van samengebalde (levens)wijsheid zijn. Zoals deze zin, ter inleiding van “Carnalia, New York”:

“The habitual self is always stronger than the ideal model.”

Of:

“Heaven is pink, wet and welcoming”

Ik ben zeer onder de indruk van deze werken. Ze zijn geschreven in een stijl waar ik van hou, en er is inhoud, geen doelloos gemeander van zinnen met de juiste buzz-words, maar poëzie die uitdaagt, verleidt, en misschien zelfs uitnodigt. Dit zijn gedichten om voor te lezen aan je geliefde of minnares bij kaarslicht en wijn; vooropgesteld dat deze partner niet te preuts is. De Graaf schept immers bacchanale werelden, extases waar men zich aan moet durven overgeven, die niet voor de twijfelaars of de zuiveren van geest zijn.

Zoals de Count het zelf omschrijft, zijn wereld mag een beetje muf ruiken, en het gezelschap is een beetje ruig, maar hij garandeert onvergetelijke ervaringen. Ik heb ontdekt dat dit zowel voor zijn werk, als voor zijn persoon geldt.

Count MoriVond is mede-oprichter van Crimson Elite Productions. The Devil’s Troubadour kan besteld worden bij Authorhouse.

Uittreksels zijn te lezen hier.

Troubadour van de Duivel

(0) Comments    Read More   
Posted on 19-07-2007
Filed Under (Besprekingen) by admin

Paradise Lost

In zijn boek The Satanic Scriptures, wijdt Magus Gilmore een deel van een essay aan het bespreken van de zogenaamde “West Memphis Three”, een moordzaak waarin drie tieners veroordeeld werden voor moorden die ze hoogstmogelijk niet gepleegd hebben.

De gebeurtenissen vonden plaats in West Memphis, Arkansas, op 5 mei 1993. Drie jongens van 8, Christopher Byers, Steve Branch, en Michael Moore, kwamen nooit aan toen ze van school naar huis gingen. De ouders schakelden na enkele uren reeds de politie in, en de volgende namiddag werden de drie lichamen gevonden in een bosgebied genaamd Robin Hood Hills. Alledrie waren ze naakt, vastgebonden met hun eigen schoenveters, erg toegetakeld, en men meende eerst sporen van verkrachting vast te stellen, doch dit laatste werd later ontkend. Bij één slachtoffer, Christopher Byers, was de penis verwijderd.

Er is heel wat kritiek op de politie en hun aanpak van de zaak. Bewijsmateriaal ging verloren, er was contaminatie van de ene site met materiaal van de andere, grondige fouten bij het documenteren van de sites, en meer van dat fraais, wellicht door een gebrek aan ervaring bij de lokale politie in het omgaan met een dergelijke moordzaak.

Wat de zaak interessant maakt, echter, is de keuze van verdachten. In dit relatief kleine stadje in de VS, waar de meeste mensen er “goede christelijke waarden” op nahouden, was de enige persoon die men in staat achtte zulke daden te plegen de toen achttienjarige Damien Echols. En wat de zaak relevant maakt voor dit blog, is dat men, vanwege de gruwelijkheid van de daden, er dadelijk vanuit ging dat Damien Echols deel uitmaakte van een “satanische” cultus, en dat de moorden rituele moorden geweest waren.

Een woord ter verduidelijking. Deze moorden vonden plaats in een conservatief stadje in de VS, ten tijde van de zogenaamde “satanic panic”, een periode waarin de media een klimaat van angst voor samenzweringen van duivelse cultussen cultiveerde, met getuigenissen van “slachtoffers” en “ex-leden” over vrouwen die gekidnapt werden om als kweekmachines babies voort te brengen voor rituele slachtoffering, groepsverkrachtingen met een duivels thema, draagbare crematoria om bewijsmateriaal te vernietigen, enzoverder. Heel de paniek werd ontkracht toen er geen enkel bewijsmateriaal voor al deze beweringen kon gevonden worden. Zelfs de FBI kon nergens met iets relevants naar boven komen, en zij waren gemotiveerd om iets te vinden. De hele periode heeft wel als positief gevolg gehad dat men voorzichtiger omspringt met hypnose in misdaadonderzoek en psychotherapie, daar gebleken is dat het bewust of onbewust inplanten van valse herinneringen bij patiënten een reëel gevaar is. Maar dat is op zich een aparte bespreking waard. De “satanic panic” laait hier en daar nog wel eens op, maar wegens de vele publicaties omtrent het gebrek aan bewijs en de valse herinneringen, evenals de steevaste medewerking van de Church of Satan aan onderzoeken, is het fenomeen zowat helemaal naar het gebied van de waanzinnige samenzweringstheorieën verbannen, waar het ook thuishoort.

Terug naar West Memphis. Ook hier, geen enkel bewijs te vinden van enige duistere cultus, slechts een tiener met donker haar, iets intelligenter en introverter dan vele van zijn leeftijdsgenoten, die naar Metallica luistert, Stephen King leest, en interesses heeft die hem afscheiden van de massa. De jongeman leest occulte boeken, en volgt na een katholiek verleden het pad van de Wicca. Hij is moedig genoeg om hierover te getuigen in de rechtszaal, doch wellicht blijft een pentagram voor Jan Modaal een pentagram; ongeacht hoeveel punten omhoog of omlaag wijzen. Een rebelse tiener blijft echter ook een rebelse tiener, en alzo zijn op de kaft van Damiens Book of Shadows rond een rechtopstaand pentagram ook omgekeerde kruisen te vinden. Damien houdt het bij Wicca, een “expert” in het occulte antwoordt wanneer de advocaten vragen “of het nu Wicca of Satanisme is” simpelweg: “Allebei”, waar ik persoonlijk “Geen van beide” zou geantwoord hebben. Het was vooral een tiener met ontwikkelende interesse in andere religies en denkwijzen dan die waarin hij opgroeide, maar wellicht leunde zijn overtuiging op dat moment dichter aan bij Wicca dan bij het satanisme of katholicisme. Zijn trouwceremonie was boeddhistisch.

Damien Echols werd wel vaker ondervraagd door politie. Telkens er iets gebeurde waarvoor men geen onmiddellijke verklaring vond, klopte men op Damiens deur. Of het nu om een meisje ging dat 100km verder vermoord werd, of om het verdwijnen van materiaal van een trein die niet eens vertraagde terwijl hij door West Memphis reed, de sinistere tiener werd routineus aan de tand gevoeld. Zo ook met de moord op de drie achtjarigen, ondanks een gebrek aan bewijs en enige connectie tussen Damien Echols en de slachtoffers.

Echter, naast Damien werden ook twee van zijn vrienden verdacht. De bal ging oorspronkelijk aan het rollen toen een inwoonster een 17-jarige jongeman, Jessie Misskelley Jr, naar de politie stuurde, hem aanmanend om een (valse) getuigenis af te leggen (zou de beloning van $30.000 daar iets mee te maken hebben?) waarin hij zou vertellen dat hij Damien de moorden had zien plegen. Misskelley heeft een IQ van 72, en was zeer beïnvloedbaar door zijn omgeving. Toen de politie klaar was met ondervragen, een ondervraging waarbij naar verluid geen gebrek aan intimidatie zou geweest zijn, had men niet enkel een getuige van de moord, maar een mededader. Jessie Misskelley bekende, na een ondervraging van 12 uur, op band dat hij deel had genomen aan de moorden, samen met vrienden Damien Echols en Jason Baldwin.

In essentie is deze bekentenis zowat het enige wat als relevant bewijs tegen de jongens kon aangevoerd worden; en zoals later bleek, is deze bekentenis van wel zeer dubieuze waarde. Jessie Misskelley probeerde deze bekentenis later in te trekken, toegevend dat hij gewoon vertelde wat de politie wilde horen in de hoop dat ze hem met rust zouden laten. Hij weigerde ook in de rechtszaal te getuigen tegen zijn vrienden, ondanks dat hem hiervoor een strafvermindering beloofd werd. Toch werden de drie jongens veroordeeld: Damien Echols werd veroordeeld tot een dood door dodelijke injectie, Jason Baldwin kreeg levenslang, en Jessie Misskelley kreeg levenslang plus veertig jaar.

Het hele proces werd door HBO gefilmd en in een prijswinnende documentaire gegoten: “Paradise Lost”. Deze documentaire is de moeite van het zien zeker waard, en wat ook niet irrelevant is: ze maakte de zaak bekend bij een veel groter publiek dan de plaatselijke gemeenschap. Het werd voor vele kijkers duidelijk dat deze drie jongens zeer waarschijnlijk ten onrechte veroordeeld waren, en geviseerd werden omdat ze niet binnen de norm van de gemeenschap vielen, en één van hen niet onbekend was met occultisme en andere religies.

En precies dit punt benadrukt Mr. Gilmore in zijn essay “Victors and Victims, from West Memphis to Columbine”. Vergeet nooit de kracht van de massa om ondanks gebrek aan bewijs, en zelfs in licht van bewijs van het tegendeel, toch twee jongens levenslang op te sluiten en één ter dood te veroordelen voor een misdaad waartoe ze fysiek mogelijk zelfs niet eens in staat waren. Omdat ze anders waren dan hun omgeving.

In de documentaire, en de vervolgdocumentaire “Revelations: Paradise Lost 2″ (”Paradise Lost 3″ schijnt in de maak te zijn), komt niet enkel de onschuld van de drie jongens aan bod, maar er wordt ook een mogelijke dader gesuggereeerd: John Mark Byers, de stiefvader van slachtoffertje Christopher Byers. Inderdaad lijkt hij een veel plausibeler kandidaat, zowel om de daad fysiek uit te voeren, als er geestelijk toe in staat te zijn - doch de heer Byers is een vooraanstaand christen die hymnen zingt in de plaatselijke kerk en uitvoerig spreekt over de invloed van de Here God in zijn leven.

Toen ik in de tweede documentaire zijn acties zag wanneer hij na 5 jaar de site van de moord op zijn zoon bezocht, raakte mijn onderkaak bijna de vloer. Zelden zag ik zo’n uitgesproken ritueel gedrag op camera, Byers zou mits een andere achtergrond een goed schrijver van destructierituelen geweest zijn! Magus Gilmore vernoemde dit gedrag in zijn boek, maar men moet het echt zien om te geloven. Op de site van de moord op zijn stiefzoon en twee andere jongens voert hij zowaar een destructieritueel uit op de drie veroordeelden voor het oog van de camera - en dat voor een devoot christen!

Of dit natuurlijk zijn schuld bewijst is nog zeer de vraag. Er zijn elementen die erop wijzen dat Byers de schuldige kan zijn, er zijn ook elementen die hem vrijwaren. Hij lijkt door zijn gedrag en postuur, en niet te vergeten zijn verleden van diefstal en drugs, in elk geval een betere kandidaat dan de drie jongens die voor de gruwelijke misdaad veroordeeld werden.

Een wijze les van de “satanic panic” is dat heksenjachten, compleet met terdoodveroordelingen, niet enkel iets van de duistere middeleeuwen zijn. Zelfs in deze “verlichte” tijden kan men niet altijd rekenen op de rede en klare kijk van zijn medemens. Gedenk, beste lezer, dat men zelfs in moderne tijden nog steeds gerechtigheid oneer kan aandoen op religieuze gronden. Hoeveel verschillen de kleine dorpjes van Vlaanderen en Nederland van hun tegenhangers in de VS? Documentaires als “Paradise Lost” helpen er mede voor zorgen dat zulke gevallen van satanische paniek zeldzamer en zeldzamer worden, maar vergeet nooit de lessen die eruit getrokken kunnen worden. De Church of Satan heeft vertegenwoordigers die middels interviews en verklaringen in rechtbanken feit van fictie weten te scheiden, maar vergeet nooit welke kracht een hysterische massa kan hebben.

(1) Comment    Read More