The Fire From Within is een collectie van essays die Magister Nemo schreef door de jaren heen, en die reeds in verschillende satanische tijdschriften gepubliceerd werden. En zoals de titel reeds suggereert, is dit slechts de eerste bundeling van dergelijke essays.
Persoonlijk keek ik zeer uit naar dit boek, omdat de meeste van deze essays dateren uit de tijd van voor ik lid was van de Church of Satan. En ook omdat ik schrijfsels van Nemo reeds kende en apprecieerde van voor ik wist dat hij lid was van de Church of Satan. Toen ik hoorde dat hij lid was, verbaasde het me tegelijk niets dat hij de graad van Magister bleek te hebben.
De Church of Satan is bedoeld als een “mutual admiration society”, en ik heb voor Magister Nemo inderdaad een zekere bewondering. Zelden heb ik een man ontmoet die intelligentie, humor en charme op zo’n natuurlijk wijze weet te combineren. Ik voel me vereerd om door hem “vriend” genoemd te worden, en het is altijd een bijzonder aangenaam weerzien wanneer we elkaar ontmoeten.
Magister Nemo is een man met een geest als een laser: hij weet altijd snel en heel precies de kern van de zaak te vinden, en kan die feilloos verlichten zodat anderen haar ook weten te vinden. Het is ook een man met de ingesteldheid van een ingenieur, eerder dan een wetenschapper. Een wetenschapper zoekt naar kennis omtrent hoe of waarom iets werkt zoals het werkt, terwijl een ingenieur al snel zal uitzoeken wat hij er dan mee kan doen. En over onderwerpen als zelfverdediging of magie, leren velen snel dat het verstandig is te luisteren wanneer Magister Nemo spreekt; hij weet er namelijk één en ander over. Het mag dan ook niet verbazen dat hij momenteel, onder andere, aan een boek over magie werkt, dat volgens mijn laatste informatie reeds een dikke turf aan het worden is.
Maar voorlopig is enkel TFFW Volume I gepubliceerd. Het niet zo lijvige boek (exact 100 pagina’s) opent met een voorwoord (”Stoking the Furnace”) door Hogepriester Peter H. Gilmore, aan wie het boek ook opgedragen werd.
Nemo’s essays zelf gaan van zeer ernstig tot zeer humoristisch, en soms ook een mengeling van beide. Hoewel ze geen van alle echt recent te noemen zijn, werden ze niet gemoderniseerd. Steeds staat er wel de datum van publicatie bij, en op vele plaatsen werd onder het essay ook commentaar toegevoegd speciaal voor de bundeling.
Of het nu gaat over het herkennen van pseudosatanisme, hoe wicca-aanhangers in wezen eigenlijk christenen zijn, de waarheid omtrent zelfverdediging, het kiezen van een nuttig vuurwapen (minder relevant in deze contreien, waar het publiek dragen van een vuurwapen in veruit de meeste gevallen illegaal is), hoe te genieten van een goed glas bier, de waarde van het woord “SHEMHAMFORASH”, het vergelijken van satanisme en objectivisme, of de zin van het leven, Nemo gaat recht naar de kern van het gegeven, zonder al teveel omhaal. Zelfs het intussen beruchte essay “Bitches” (oorspronkelijk gepubliceerd in 1994) is in “The Fire From Within” terug te vinden.
Naast humoristische opmerkingen in zijn ernstigere schrijfsels, zijn er ook stukjes geschreven puur voor de humor en het entertainment. Een variant op een kerstliedje, bijvoorbeeld, of mijn persoonlijke favoriet: “A Piece of the Action” - een ritueel in mafia-stijl, dat perfect Nemo’s stijl samenvat. Het is geschreven met kennis van de geschiedenis en praktijken van de Cosa Nostra, volgens de regels van een satanisch ritueel, als een parodie op rituelen, maar zonder twijfel ook effectief indien uitgevoerd. Hogepriester Peter Gilmore stipt in zijn voorwoord even de omstandigheden aan waarin “A Piece of the Action” ontstond, en ik heb het genoegen gekend zowel uit zijn mond als uit die van Magister Nemo nog enkele anecdotes daarrond te mogen horen. Schitterend, vooral als je iets over de mafia weet, en zeer satanisch. Zoals Dr. LaVey terecht stelde: een magiër zonder gevoel voor humor bestaat niet. Magister Nemo is een van de meest succesvolle magiërs die ik ken, en tevens een groot humorist.
Het enige minpunt aan dit boek is dat het te dun is naar mijn smaak. Maar dat wordt gelukkig gebalanceerd door de wetenschap dat verdere volumes in de maak zijn. Volumes die, zonder twijfel, net als dit hun plaats zullen krijgen in de “om te lezen en herlezen” categorie van de satanische literatuur.
SHEMHAMFORASH!
Nu in de rekken! Of toch te bestellen via de site van Purging Talon.
“NOT LIKE MOST releases its 17th issue with more of the best in Satanic thought. As usual, NLM gives you the lowdown on what the Church of Satan’s most productive members are up to in our On The Infernal Front column. Mediabolica brings you plenty of Satanic media reviews, including all of the relevant books released during 2007 — the Year of Satanic Literature. We also have essays from Magister George Sprague, Reverend Bryan Moore, Reverend Colonel Akula, Magister James Sass, and others spanning topics such as atheism, the Internet, Ed Wood, adventurism, work, and more. Also included is an interview with the men behind the CoS member-only record label, Black House Tribute Records; parody ads from “Father Christopher;” an excerpt from Magister Paradise’s book, Bearing The Devil’s Mark; and a stirring tribute to the memory of Warlock Krowklaws from Bill M. Get your copy today”
Op de valreep van 2007, een jaar vol satanische publicaties, verscheen Essays in Satanism, een verzameling originele en eerder gepubliceerde essays van Magister James D. Sass, online ook bekend onder de naam Svengali.
Svengali is een man die geen academische achtergrond heeft, maar over heel wat onderwerpen zeker op academisch niveau kan praten. Ik durf te wedden dat hij in onderwerpen als filosofie en toegepaste psychologie best wel wat academici kan overtroeven; en ik heb het hem ook al zien doen, online. Sass staat met beide voeten op de grond, heeft heel wat straatwijsheid, en bezit een passie voor boeken en kennis waarin hij in weinigen zijn gelijke kent.
Enkele van zijn essays en anecdotes zijn me bijgebleven sinds ze voor het eerst neergeschreven werden. Mr. Sass is de man bij wiens collectie boeken de mijne verbleekt. Ik heb net als hem de ervaring van andere voorwerpen achter te laten bij een verhuis om plaats te maken voor boeken, maar Svengali is de man die bij één van zijn verhuizen stopte met tellen na 460 dozen vol boeken… Het is ook de man die me een ongeveer een jaar geleden een betere manier bijbracht om boeken te lezen, iets waarvoor ik, naar mijn gevoel, nog steeds in de schuld sta bij hem.
Maar heeft hij ze ook allemaal gelezen, die honderden en honderden boeken? Wellicht niet, maar duidelijk wel veel - en niet alleen weet hij zeer goed hoe een boek begrijpend te lezen, hij weet er ook veel van te onthouden. Geheugentraining is immers ook een stokpaardje van hem.
Essays in Satanism is grotendeels een verzameling van wat Magister Sass reeds on-line of in satanische tijdschriften publiceerde. Een minpuntje hieraan is dat de teksten niet allemaal aangepast zijn aan het medium “boek”, en dat er hier en daar typfouten en afkortingen staan die typisch op internet gebruik worden. Echter, dat neemt niets weg van de waarde en inhoud van het boek.
De essays werden per onderwerp gegroepeerd. Na het voorwoord door Peter Gilmore en de introductie (waarin Sass een stukje over zijn leven tot nu toe vertelt), opent het boek met een uiteenzetting over Deep Satanism, een geliefd project van Svengali, 63 pagina’s lang. Deep Satanism werd geïnspireerd door de informele studiestroming “Deep Politics”, wat de studie is van de diepere krachten in politieke stromingen dan deze die doorgaans in overweging genomen worden in standaard tekstboeken. Deep Satanism is gebaseerd op de samensmelting van de klassieke rhetorica met satanisme in drie fasen; de harmonieuze integrale, analytische en synthetische studie van het satanisme, zijn bronteksten, en het bereik van de menselijke kennis op een systematische manier. Deze levenslange studie noemt Magister Sass Project Faust, naar de archetypische zwarte magiër van Goethe en Marlowe, die naar verluid zijn ziel verkocht in ruil voor onbeperkte wereldlijke kennis en macht. Eeuwenlang werd het moraliserende verhaal van Faust gebruikt om mensen ervan te weerhouden hun beperkte vaardigheden te overstijgen, uit angst dat ze hun Onsterfelijke Ziel zouden inruilen voor wereldlijke genoegens. De satanist gelooft niet in God, de Hemel, de Duivel of de Hel, en stelt waarde in uitmuntendheid en wereldlijke schatten, dus vanuit het satanisch perspectief zou de overeenkomst van Faust gezien kunnen worden als een magische daad om zijn volle potentieel te ontsluiten. Vanuit satanisch perspectief had Faust de beter deal.
Project Faust wordt opgesplitst in twee categorieën: werktuigen en materialen. De werktuigen zijn de klassieke logica en rhetorica. De materialen komen overeen met de Drie Fasen van het satanisme. Deze drie fasen zijn de volgende: Basissatanisme (wat de bronteksten bevat, dus alle boeken van Dr. LaVey, Blanche Barton en Peter Gilmore), Gevorderd Satanisme (de boeken, muziek, films en ander materiaal waar naar gerefereerd wordt in de basisboeken, de bibliografieën die bij die boeken horen, en de boek- en filmlijst op de website van de Church of Satan), en Diep Satanisme (de gedetailleerde studie van bovenstaande, gebruik makend van logica en rhetorica, en de syntopische relatie tot de Grote Boeken en het bereik van de menselijke kennis zoals uiteengezet in de Propaedia en andere coherente schema’s).
Hoewel het essay Deep Satanism slechts een korte uiteenzetten en een introductie tot Project Faust is, een volledig boek hierover volgt later, toont het meteen ook enkele passies van Magister Sass: Kennis, analyse, studie, klassieke vaardigheden. Het is niet echt lichte kost, en ik kijk zeer uit naar het vervolg van dit materiaal.
Na nog twee essays over kennisverwerving en boeken, gaat Essays verder met enkele schrijfsels over de Church of Satan zelf, en vooral enkele misvattingen rond de CoS als zouden er breuken binnen de Church of Satan zijn of dreigen, of als zou er een “reformatie” gebeuren of dreigen te gebeuren. Nonsens, zoals iedereen binnen de CoS weet, maar buitenstaanders fantaseren er graag over en proberen hun fantasieën ook graag aan de man te brengen. Svengali toont aan dat deze personen zich ernstig vergissen.
Iets verder, na een uiteenzetting waarin hij stelt dat dieren beter zijn dan mensen, komt het onderwerp magie aan bod in twee uitstekende essays, waarna het de beurt is aan een onderwerp waarover de Magister graag fulmineert: druggebruik. Vervolgens lezen we enkele pagina’s over de “Satanic Panic” en cultussen waar bloed en moord een plaats hebben, om dan zachtjes over te gaan naar horrorfilms.
Een aantal satanisten hebben een zwak voor horrorfilms, en Magister Svengali slaat spijkers met koppen wanneer hij uitlegt waarom, en waarom niet alle horrorfilms even goed gesmaakt worden. Hij geeft ook een lijst met 200 essentiële horrorfilms, die vernieuwend waren voor het genre, of bij uitstek satanische thema’s raken. Zijn bedoeling was een soort canon van essentiële horrorfilms op te stellen.
Vervolgens komt Sass toch weer terug op een ander geliefd thema: boeken….
Hiermee zijn we nog maar op pagina 190 van de 371 beland. Verdere essays raken aan onderwerpen als kledij (”Satanists in suits”), racisme, waarom hij een afkeer heeft van de Dalai Lama maar houdt van konijntjes, hoe hij te werk gaat wanneer hij een boek leest, en tenslotte de tweede grote hap van het boek: veiligheid en krijgskunsten.
Is het eerst deel van boek toegespitst op kennis en scherpheid van geest, na een interludium van verschillende onderwerpen en persoonlijke dada’s, blijkt het laatste deel gewijd te zijn aan veiligheid en zelfverdediging. Magister Sass groeide op in ruige buurten en leeft ook nu nog (bewust, en hij legt ook uit waarom) in een buurt waar pimps en dealers en crackwhores welig tieren. Zijn scherpe, en zeer misantropische, beeld van de mens komt voort uit directe interactie met de laagste klassen, en zijn interesse in krijgskunsten en praktische zelfverdediging en overlevingstechnieken vond wellicht ook hier zijn oorsprong. Zijn uiteenzettingen hebben in mezelf opnieuw de passie voor praktische krijgskunsten en vechttechnieken wakker gemaakt, hoewel ikzelf nog nooit bij een gevecht betrokken geweest ben. Een beetje voorbereid is beter dan helemaal niet voorbereid, en Svengali toont, middels voorbeelden, aan waarom. Alleen al hierom is Essays in Satanism de moeite waard om te lezen.
De gevarieerdheid aan besproken onderwerpen, en het contrast ertussen, tonen aan hoezeer satanisten erin slagen dingen samen te brengen die volgens de massa vaak niet samen te brengen zijn. Sass stopte met naar school gaan zodra hij kon, leefde en overleefde in ruige buurten, slaagde erin om met zijn passie voor boeken een zeer degelijk inkomen te genereren, bouwde zijn kennis op sinds jonge leeftijd, en zou niet aarzelen de ogen uit te rukken van een lowlife (of zoals ze noemt: scumbags) die hem voor enkele dollars naar het leven zou staan. “Satanisme vereist studie, geen aanbidding” sprak Dr. LaVey, en het is een uitspraak die zeker van toepassing is op Magister Sass. Hij heeft geen schoolse studie gevolgd, maar studeerde heel wat meer dan de doorsnee man-in-de-straat. Een zeer gedreven man, die zich niets aantrekt van de mening van zijn medemens, en zo in heel wat uitzonderlijke situaties belandde en een zeer scherp perspectief ontwikkelde.
Magister Sass is zeker iemand die mijn bewondering verdient, en ik ben zeer blij dat hij besloot dit boek te schrijven. Zoals Magistra Nadramia in het nawoord schrijft, Magister Sass is afgestudeerd aan de School of Hard Knocks. Het is mogelijk dat je alleen door deze school dient te gaan, maar Sass heeft ons een spiekbriefje gegeven - wat zou een satanische professor ons anders toestoppen op de eerste schooldag?
2007 zou binnen de Church of Satan gekend worden als het jaar van de publicaties. Dit werd op voorhand zo aangekondigd, en de spits werd afgebeten door een boek van de hand van onze Hogepriester, Peter H. Gilmore: The Satanic Scriptures.
Enkele maanden later publiceerde Magister Nemo een eerste verzameling essays die eerder gepubliceerd werden in satanische tijdschriften tussen 1989 en 2000, met de belofte dat er zeker een vervolg op dat boek zou komen. The Fire From Within, Volume I, was een feit. Er komt zeker een Volume II, en daarnaast werkt Nemo nog aan andere boeken, waaronder een boek over magie.
Rond Halloween verscheen een boek van Magister Paradise: Bearing The Devil’s Mark. Magister Paradise is de opzetter van het eerste satanische weblog, en het was met zijn intellect en welbespraaktheid, en zeker zijn eigenzinnige perspectieven en projecten, onvermijdelijk dat hij ook vroeg of laat een boek zou publiceren.
Eind 2007 verscheen op de valreep nog Essays in Satanism van James D. Sass, ook wel bekend als Magister Svengali. Dit lijvige boek werd me deze ochtend overhandigd door de postbode, het paste niet in mijn brievenbus. Hardcover, met stofjasje, 371 pagina’s. Van deze soms controversiële, maar altijd kritische, zelfopgeleide denker verwacht ik uitstekende essays. Het voorwoord van Magus Gilmore liegt er al niet om, Magister Sass zet een standaard die voor vele wannabe’s oncomfortabel hoog is. Toen hij voor het eerst zijn opwachting maakte op het Letters to the Devil forum had hij nog de graad van Priester, maar het verbaasde niemand die zijn schrijfsels las dat deze man de graad van Magister aangeboden kreeg.

Het afgelopen jaar werd met overschot aangetoond dat de Church of Satan zeker niet vergaan is toen Dr. LaVey stierf, maar integendeel gegroeid en versterkt is. Na al de aandacht van de media en het cultiveren van een zekere misanthropie en teleurstelling in zijn medemens, trok Anton LaVey zich meer terug en bleef de Church of Satan meer ondergronds. Toen hij overleed, kweelden bepaalde media en pseudosatanische groeperingen dat de Kerk ten einde was. Niets blijkt minder waar te zijn. De Church of Satan bleef uitzonderlijke individuen aantrekken met ieder een unieke achtergrond, en de waarde van het satanisme als filosofie en religie bleef intact met of zonder de oprichter.
Bedenk dat de auteurs van deze kleine verzameling boeken slechts 4 leden van de Church of Satan zijn, weliswaar niet de minste, maar de CoS is een internationale organisatie die leden en vertegenwoordigers in zowat alle beschaafde landen heeft.
Ik zal hier eindigen met een citaat van Dr. LaVey zelf, dat ook, heel toepasselijk, vooraan staat in Essays in Satanism.
“My advice to the youth of the world is: try to think for yourselves. You may have to put up with certain things, but you don’t have to like them. There will come a time when you be able to vanquish them and enjoy the best life has to offer. You will have to be prepared, however, with logic and perspective, which I trust Satanism will provide.”
Nog zo’n boek dat al een tijdje aan het borrelen was, en nu eindelijk uit de ketel mag: Magister Svengali’s “Essays in Satanism“.
Met een beetje vertraging, maar dat kan de kwaliteit alleen maar ten goede gekomen zijn. In dit jaar vol publicaties was dit een van de boeken waar ik het meeste naar uitkeek.
“Essays in Satanism” bevat oude en nieuwe essays, waaronder uitgebreid materiaal omtrent zelfverdediging en persoonlijke veiligheid, een lijst met essentiële horrorfilms (voor de fans van het genre), en meer. Het gedeelte waar ik zelf het meeste naar uitkijk, is zo’n 60 pagina’s: “Deep Satanism: An Introduction to Project Faust”.
En dit is slechts het eerste boek, er zit nog meer in die ketel…
Eerder dit jaar bracht ik enige tijd door met Xander, bijgenaamd Count MoriVond, en zijn prachtige vrouw. Het was min of meer hun huwelijksreis, en zeer passend voor hun persoonlijkheid bezochten ze Amsterdam om hun “honeymoon thing” te doen. Zonder al teveel in detail te treden -sommige dingen blijven immers best onbesproken, om de magie te bewaren- kan ik toch een moment uit de herinnering lichten dat me zeker zal bijblijven. Samen in een groezelige kroeg op de walletjes, in de uren na middernacht temidden de bordelen, met een barman die zelf al ruimschoots voldoende gedronken had en zo voor extra entertainment zorgde. Mijnheer de Graaf en zijn Vrouwe dronken het laatste beetje absinth dat in de kroeg te vinden was, en hun manier om de uitbater zover te krijgen dat hij het hen uitschonk zal nog lang een glimlach op de lippen brengen van wie aanwezig was.
Enkele maanden later ontmoette ik de MoriVonds opnieuw, dit keer in veel minder groezelige omstandigheden en dichter bij hen thuis in de VS, en was het eerste boek van de Count net op de wereld losgelaten. Een CoS Magister raadde me het boek aan daags nadat hij het zelf gelezen had, en kort na mijn terugkeer in België vond ik zelf een exemplaar in mijn brievenbus.
The Devil’s Troubadour is een verzameling poëtisch werk geschreven door iemand die duidelijk van de sleazy kant des levens houdt. Xander is zelf een licht anachronistische verschijning, en mengt romantiek, gothiek, en modernisme in zijn kledij en uitstraling. Donkere Renaissance, decadentie en erotiek zijn het handelsmerk van zijn gedichten - soms met stijl, soms hypnotisch, soms blasfemisch en confronterend, maar steeds boeiend en af en toe inspirerend.
Tussen de gedichten staan ook poëtische commentaren en inleidingen op de verschillende boekdelen, die vaak zelf al pareltjes van samengebalde (levens)wijsheid zijn. Zoals deze zin, ter inleiding van “Carnalia, New York”:
“The habitual self is always stronger than the ideal model.”
Of:
“Heaven is pink, wet and welcoming”
Ik ben zeer onder de indruk van deze werken. Ze zijn geschreven in een stijl waar ik van hou, en er is inhoud, geen doelloos gemeander van zinnen met de juiste buzz-words, maar poëzie die uitdaagt, verleidt, en misschien zelfs uitnodigt. Dit zijn gedichten om voor te lezen aan je geliefde of minnares bij kaarslicht en wijn; vooropgesteld dat deze partner niet te preuts is. De Graaf schept immers bacchanale werelden, extases waar men zich aan moet durven overgeven, die niet voor de twijfelaars of de zuiveren van geest zijn.
Zoals de Count het zelf omschrijft, zijn wereld mag een beetje muf ruiken, en het gezelschap is een beetje ruig, maar hij garandeert onvergetelijke ervaringen. Ik heb ontdekt dat dit zowel voor zijn werk, als voor zijn persoon geldt.
Count MoriVond is mede-oprichter van Crimson Elite Productions. The Devil’s Troubadour kan besteld worden bij Authorhouse.
Uittreksels zijn te lezen hier.